Hutspot met stokjes


Na een maand goed vertoeven in Tokyo en omstreken wordt het toch eens tijd wat te schrijven. Na een gave en intense studiereis is maart een maand geweest om bij te komen, mijn verjaardag te vieren, een kamer te zoeken en te vinden, een hoop nieuwe vrienden te leren kennen, een auto tour te maken en nieuwe sporten te ontdekken. Zelfs heb ik een week tijd weten vrij te maken om te studeren. Het spreken van de taal wil nog niet echt opschieten, toch herken ik steeds meer woorden in spraak en schrift.

Edit:
Jorg’s blog met de foto’s van de auto tour zijn hier en hier te vinden.

Woensdag heb ik mijn eerste gesprek met mijn manager bij Microsoft, ik kijk er echt super veel naar uit. Als de visa aanvraag goed verloopt mag ik ergens in April beginnen, voor ongeveer drie maand.

Navigatie

De eerste week zoekende naar een kamer, verstopt achter mijn laptop in hotel Sakura in Jimbocho, verbaas ik me over de gigantische structuur van de stad. Hoe vinden mensen de weg zonder straatnamen? Google Maps helpt me ook niet verder aangezien de meeste namen alleen vindbaar zijn onder de Kanji. De truc? Zoek de naam op in Wikipedia en kopieer het equivalent in Kanji.

Ai, een van de dames die werkt bij de lobby, weet me uit te leggen dat locaties te vinden zijn door eerst te bladeren naar de juiste wijk, vervolgens het district om met een drie cijferige code, het blok, het gebouw en een kamernummer. In de praktijk is dit nog knap lastig.

Uitgerust met een zak vol kaasprikkers, met de Nederlandse vlag, en een lach, weet ik me via de Japanners en hun telefoons door de stad te navigeren. De locale TomTom werkt zo goed, dat als je opeens zin hebt een bioscoop te pakken, je een willekeurige voorbijganger aan kan schieten, waarna je binnen een half uur een film aan het kijken bent. Mocht zelfs dat niet lukken, is er in ieder district een kantoor met een wijkagent te vinden, die zelfs een kwartier met je mee fietst, om de weg te wijzen.

Huisvesting

Via Maarten heb ik een Nederlandse PHD-student leren kennen, hij woont nu al twee jaar in Tokyo, spreekt goed Japans en heeft me veel ins en outs van het land laten zien. Aan de hand van een van zijn tips, ben ik in het district waar ik wil gaan wonen rond gaan slenteren, op zoek naar verhuurders van kamers. De meeste verhuurders spreken nauwelijks Engels en dat maakt het knap lastig. Per Excite overleg ik mijn wensen en mogelijkheden, lekker traag, maar wat heb ik die dag gelachen!

Het huren van een appartement in een overbevolkt gebied blijkt best mogelijk te zijn, als je bereidt bent minimaal drie maand huur op voorhand te betalen aan toeslagen. Met mijn budget gaat dat dus niet lukken, uiteindelijk blijkt Guest house de winnende zoekterm te zijn. Een eigen kamer, gedeelde badkamer, keuken en woonkamer, dus zoals ik het gewend ben in Nederland.

Momenteel woon ik vlakbij Higashi-Koganei, op twintig minuten trein afstand van Shinjuku, een van de vele centra in Tokyo. 27 huisgenoten, twee verdiepingen, 8 douches, 10m2, inclusief bed, koelkast, tv, internet en een inbouwkast. Het mooiste? Alle toiletten zijn Japanese-style, een soort veredeld gat waar door mijn lengte in onmogelijk bochten boven mag hangen.

Het is echt super gezellig, meer dan de helft is Japans, een kwart spreekt nauwelijks Engels. Van taxichauffeur tot student tot muzikant, wordt ik in sneltreinvaart geïntroduceerd in een bizarre cultuur. Van het klaarmaken van hutspot, op stap gaan, tot het spelen van gitaar voelt het echt al als thuis. Opvallend is de pyjama cultuur, met de kachel lekker hoog, altijd klaar voor een goed gesprek.

Op stap

‘s Avonds veranderen de drukke zakencentra in bruisend neon, wolkenkrabbers toren boven de massa uit. Vooral in de avond is het heerlijk een willekeurige gebouw in te gaan, om vanuit te hoogste verdiepingen uit te kijken over de betonnen jungle. Als insecten knipperen de hogere gebouwen met rode lichten en trekt het verkeer strepen licht tot aan de horizon.

Overal in de stad vind je tien verdieping hoge gebouwen waar je een kamer voor een man of 8 kan afhuren. De formule: karaoke-set, microfoons, onbeperkt bier en oneindige lijsten met J-pop staat garant voor een paar uur lol. Succesnummer met dank aan de studiereiscommissie: Night of fire.

Een goede bodem leg je in een van de vele Izakaya’s, het heeft iets weg van een Ierse of Britse pub. Na het werk kun je hier terecht voor wat eten en drinken. Met een groep vrienden neem je plaats aan een tafel, welke vol wordt gezet met allerlei hapjes, bier en sake.

Live muziek, met name Jazz, is overal te vinden, van grote optredens tot de plekken met karakter. Een kroeg, de muur vol met grammofoonplaten, een rij muzikanten op leeftijd, genietend met half gesloten ogen. In overleg wordt de volgende plaat gekozen. Maarten zijn verjaardag is een excuus voor een van de gasten om plaats te nemen achter het drumstel dat in de hoek staat opgesteld, de barman op zijn saxofoon, de barvrouw achter de piano.

Iedere dag bestaat verbaas ik me over hoe de cultuur in elkaar steekt en hoe anders dat weer is dan ik gister me had voorgesteld. Gelukkig staan genoeg mensen open voor mijn barbaarsheid en met volle teugen geniet ik van alles dat op me af komt.

Comments Closed

Comments are closed.